CBN advies R102-1 - Uitgegeven cheques : werking van rekening 559


Het genormaliseerd rekeningstelsel voorziet bij de rekening 55 "Kredietinstellingen" in een afzonderlijke subrekening 559 "Uitgegeven cheques" waarin worden ingeschreven, uitgegeven in omloop zijnde cheques die derhalve nog niet aan de financiŽle instelling waarop zij werden getrokken, ter inning werden aangeboden.

Het besluit van 7 maart 1978 heeft aldus de verplichting opgelegd om cheques in te schrijven in een balansrekening vanaf hun uitgifte, dit wil zeggen van zodra zij aan de beneficiaris worden overhandigd. De emittent van de cheque mag er zich niet toe beperkten de cheque slechts in een balansrekening in te schrijven op het ogenblik waarop hij door de financiŽle instelling in kennis wordt gesteld van de effectieve betaling van de cheque.

Wat de werking van de rekening "Uitgegeven cheques" betreft, werd aan de Commissie gevraagd of een onderneming gerechtigd is, als tegenpost voor de boeking in deze rekening en zodra de cheque aan de beneficiaris werd overhandigd, diens rekening voor de tegenwaarde van de cheque te debiteren, om op die wijze haar schuld te zijnen opzichte voor hetzelfde bedrag in haar boekhouding aan te zuiveren. Rechtspraak en rechtsleer zijn het er in BelgiŽ (1) immers over eens dat de overhandiging van een cheque op zichzelf geen betaling uitmaakt en dat de debiteur slechts van zijn schuld wordt bevrijd op het ogenblik van de effectieve uitbetaling van de cheque door de bank.

Naar het oordeel van de Commissie heeft de emittent van een cheque het recht om - uiteraard voor zover de nodige provisie voorhanden is - de rekening van zijn schuldeiser te debiteren zodra hij hem de cheque heeft overhandigd. Vanaf het ogenblik dat de beneficiaris de cheque als betaalmiddel heeft ontvangen, kan hij immers nog alleen betaling van de cheque vorderen en niet meer van de onderliggende schuldvordering. Slechts wanneer de cheque niet wordt uitbetaald kan hij opnieuw betaling eisen van zijn onderliggende schuldvordering.

Een tweede vraag is de volgende. Dienen de uitgegeven cheques in de betrokken rekening heel het jaar door en naargelang van hun uitgifte te worden ingeschreven, of is de onderneming gerechtigd de uitgegeven cheques in haar boeken rechtstreeks aan te rekenen op de rekening "Kredietinstellingen". In dat laatste geval zou de onderneming de rekening "Uitgegeven cheques" slechts periodiek - desnoods slechts eenmaal per jaar - gebruiken ten einde de rekening "Kredietinstellingen" uit haar boekhouding af te stemmen op haar rekening bij de betrokken kredietinstelling, gelet op het bedrag der nog in omloop zijnde cheques.

In de eerste veronderstelling wordt de uitgifte van de cheque op de volgende wijze geboekt :

    4.. Schulden

      aan 559 Uitgegeven cheques

en de betaling van de cheque door de kredietinstelling, als volgt,

    559 Uitgegeven cheques

      aan 55 Kredietinstellingen

In dit geval stemt het saldo van de rekening 559 steeds overeen met het bedrag van de in omloop zijnde cheques. Het geeft de schuld weer van de onderneming tegenover de houders der cheques. En voor het bedrag daarvan moet de nodige provisie aanwezig zijn, ofwel onder de vorm van een positief saldo bij de bank, ofwel onder de vorm van een krediet door de bank aan de onderneming toegekend.

In deze optiek moet de rekening "Uitgegeven cheques" op doorlopende wijze worden benut naargelang van de uitgifte en de effectieve uitbetaling der cheques, op gevaar af anders haar betekenis te verliezen van verantwoording voor betalingen die als gevolg van de uitgifte van een cheque in uitvoering zijn. Het zou bijgevolg strijdig zijn met het besluit van 7 maart 1978 als deze rekening slechts ťťnmaal per maand en a fortiori slechts eenmaal per jaar, zou worden gebruikt om het bedrag aan te geven der in omloop zijnde cheques op dat bepaald tijdstip.

De tweede benadering gaat ervan uit dat de onderneming, zodra zij een cheque heeft uitgegeven, op definitieve wijze heeft beschikt over haar tegoed of krediet bij de financiŽle instelling en dat de inning van de cheque door de beneficiaris, wat haar betreft, niets anders is dan een uitvoerende daad. De uitgifte van een cheque leidt aldus tot een rechtstreekse boeking in de rekening kredietinstellingen :

    4.. Schulden

      aan 55 Kredietinstellingen

In dat geval geschiedt de opvolging van de uitgegeven en nog in omloop zijnde cheques buiten de boekhouding om. De rekening 559 wordt dan ook slechts periodiek gebruikt.

Naar oordeel van de Commissie beantwoorden beide werkwijzen aan de vereisten gesteld door het besluit van 7 maart 1978 en aan de voorwaarde dat de boekhouding volledig moet zijn en aangepast aan de bedrijvigheid van de onderneming.

Nota

(1) Cass. 6 januari 1972, Pas., 1972, I, 438-439; zie ook P. Van Ommeslaghe, Examen de Jurisprudence "Les obligations", R.C.J.B., 1975, nį 98, 671-674.

Bron : Bulletin CBN, nr. 7, juni 1980, p. 19-20