CBN advies R100-3 - Houden van een dubbel rekeningstelsel - Eigen rekeningstelsel - Groepsrekeningstelsel


Dochterondernemingen en succursalen van buitenlandse ondernemingen zijn er vaak toe gehouden bepaalde genormaliseerde boekingsprocedures uitgewerkt door de moederonderneming of de maatschappelijke zetel in het buitenland na te leven. Verschillende onder hen hebben aan de Commissie de principes voorgelegd die zij zouden hanteren om de eisen gesteld door de maatschappelijke zetel of de moederonderneming te verzoenen met de vereisten van het koninklijk besluit van 7 maart 1978.

In het bulletin nr. 5 (sub. nr. 100/2) heeft de Commissie reeds een aantal adviezen terzake geformuleerd, uitgaande van de normaliseringsdoelstellingen van het rekeningstelsel enerzijds, en van de aanpassing van het rekeningstelsel aan de werkzaamheden van de onderneming anderzijds. Daarbij heeft de Commissie meer bepaald gewezen op een aantal bruikbare "verzoeningstechnieken".

Verschillende vragen om advies hadden betrekking op de volgende procedure. Een onderneming legt een dubbel stel rekeningen aan, een eerste volgens de normen van de moederonderneming, en een tweede overeenkomstig het minimum genormaliseerd rekeningstelsel. Elke rekening van het eerste stemt overeen met een rekening van het tweede en omgekeerd. De primaire boekingen - op grond van verantwoordingsstukken waarnaar de boekingen verwijzen - gebeuren op de rekeningen van het groepsrekeningstelsel. Geregeld en tenminste maandelijks worden de totale debet- en creditbewegingen van elke rekening van het groepsrekeningstelsel (1) overgebracht naar de overeenstemmende rekeningen van het rekeningstelsel dat beantwoordt aan de bepalingen van het besluit van 7 maart 1978.

De Commissie is de mening toegedaan dat een dergelijke verdubbeling van rekeningstelsels beslist niet de gelukkigste oplossing is om de vereisten waaraan de onderneming is onderworpen met elkaar te verzoenen in de mate waarin deze uiteenlopend zouden zijn.

De voorkeur gaat eerder naar het uitwerken van één enkel rekeningstelsel. De Commissie heeft evenwel geen bezwaar tegen de zoëven beschreven methode indien de onderneming, rekening houdend met haar administratieve en boekhoudkundige organisatie, van oordeel zou zijn dat deze methode de meest operationele en misschien zelfs de enige mogelijke is; het gebruik van deze methode impliceert echter dat de uitgewerkte boekingsprocedures ervoor borg staan dat, uitgaande van de periodische boeking - ten minste éénmaal per maand - van de getotaliseerde bewegingen volgens de rekeningen waarin het minimum genormaliseerd rekeningstelsel voorziet, de basisverrichtingen en de verantwoordingsstukken hiervan rechtstreeks of onrechtstreeks, doch steeds via een structurele binding met het groepsrekeningstelsel, kunnen worden teruggevonden.

Nota

(1) Het gaat vanzelfsprekend om andere boekingen dan de samenvattende boeking zoals bedoeld in artikel 4, 3de en 4de lid van de wet van 17 juli 1975.

Bron : Bulletin CBN, nr. 6, januari 1980, p. 20-21