CBN advies C104-1 - Openbaarmaking van een geconsolideerde jaarrekening op vrijwillige basis of op basis van een andere reglementaire bepaling dan die van het koninklijk besluit van 6 maart 1990 - Verspreiding van een verkorte versie van de geconsolideerde jaarrekening


Het koninklijk besluit van 6 maart 1990 op de geconsolideerde jaarrekening van de ondernemingen bevat een aantal uitzonderingen op het beginsel dat elke onderneming opgericht naar Belgisch recht die een moederonderneming is, de verplichting heeft een geconsolideerde jaarrekening op te stellen, te laten controleren, voor te leggen aan de algemene vergadering der vennoten en openbaar te maken door neerlegging bij de Nationale Bank van BelgiŽ, in overeenstemming met de bepalingen van dit besluit.

Deze uitzonderingen hebben voornamelijk betrekking op ondernemingen die op geconsolideerde basis niet meer dan ťťn van de omvangscriteria bepaald in artikel 9 overschrijden, alsook, onder naleving van de in artikel 8 bepaalde voorwaarden, op de ondernemingen die dochterondernemingen zijn van een andere onderneming, naar Belgisch of naar buitenlands recht, die een geconsolideerde jaarrekening opstelt en openbaar maakt.

Artikel 27 van het besluit van 6 maart 1990 bepaalt echter dat wanneer een onderneming die er krachtens dit besluit niet toe verplicht is een geconsolideerde jaarrekening op te stellen en openbaar te maken, als gevolg van bijzondere bepalingen of op eigen initiatief een geconsolideerde jaarrekening openbaar maakt of meedeelt aan de werknemers of hun vertegenwoordigers, of aan een administratieve of gerechtelijke overheid, deze jaarrekening moet opgesteld zijn in overeenstemming met de bepalingen van het besluit van 6 maart 1990, tenzij de betrokken bijzondere bepalingen daarvan afwijken.

Deze bepaling was als volgt verantwoord in het verslag aan de Koning dat dit besluit voorafgaat.

Het staat een van de consolidatieplicht vrijgestelde onderneming nog altijd vrij een geconsolideerde jaarrekening op te stellen en openbaar te maken.

Het is ook mogelijk dat bijzondere wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen zouden voorzien in de openbaarmaking van een geconsolideerde jaarrekening of de mededeling ervan aan overheid of rechter. Zoals in de commentaar bij artikel 8 reeds is aangekondigd wordt voorgesteld het koninklijk besluit van 27 november 1973 houdende reglementering van de economische en financiŽle inlichtingen te verstrekken aan de ondernemingsraden, aan te passen ten einde in sommige gevallen in de mededeling te voorzien van een geconsolideerde jaarrekening aan de ondernemingsraad, ook al zou de betrokken onderneming gebruik hebben gemaakt van de vrijstellingsmogelijkheid bepaald bij genoemd artikel 8.

In al deze hypotheses moet worden vermeden dat onder de vlag van een geconsolideerde jaarrekening financiŽle staten worden openbaar gemaakt of medegedeeld die niet zouden voldoen aan de gemeenrechtelijke beginselen en regels die in dit besluit voor de geconsolideerde jaarrekening zijn opgenomen. Zulks zou inderdaad misleidend kunnen zijn voor de bestemmelingen van de betrokken informatie. Deze motieven zijn de ratio legis van artikel 27 dat de verplichting oplegt om de betrokken staten op te stellen conform de bepalingen van dit besluit".

In antwoord op verschillende vragen die haar ter zake werden gesteld, heeft de Commissie volgende punten toegelicht.

Deze bepaling van artikel 27 vindt uitsluitend toepassing indien een geconsolideerde jaarrekening wordt openbaar gemaakt of overhandigd hetzij aan de werknemers of aan hun vertegenwoordigers, hetzij aan een administratieve overheid of aan de rechter. Hieruit volgt dat bedoelde regel niet toepasselijk is, onder meer wanneer de consolidatie uitsluitend wordt gedaan voor interne informatiebehoeften van de onderneming zelf of indien de geconsolideerde staten slechts aan derden, andere dan de werknemers of hun vertegenwoordigers, een administratieve overheid of de rechter, worden meegedeeld.

Daarentegen moet men aannemen dat er openbaarmaking is in de zin van deze bepaling zodra deze geconsolideerde staten ter kennis van het publiek worden gebracht of te zijner beschikking worden gesteld, welke ook de drager is van deze beschikbaarstelling of het document waarin deze staten worden opgenomen.

Hieruit volgt, in het bijzonder, dat een onderneming naar Belgisch recht die krachtens het besluit van 6 maart 1990 vrijgesteld is van de verplichting een geconsolideerde jaarrekening op te stellen en openbaar te maken, in een prospectus verspreid naar aanleiding van een uitgifte van effecten of van een opneming van effecten in een effectenbeurs, geen geconsolideerde jaarrekening mag inlassen die niet is opgesteld overeenkomstig de bepalingen van dit besluit (1) , noch, behoudens afwijking toegestaan door de Minister met toepassing van artikel 15 van de boekhoudwet, er een geconsolideerde jaarrekening in mag opnemen enkel opgesteld met gebruik van buitenlandse boekhoudnormen of de normen van het International Accounting Standards Committee (2) .

Er dient bovendien aan herinnerd te worden dat artikel 80bis van de vennootschapswet door artikel 76, ß 3 van het koninklijk besluit van 6 maart 1990 toepasselijk werd verklaard op de geconsolideerde rekeningen, en dat het derhalve toegelaten is, mits nakoming van de in lid 2 van voornoemd artikel 80bis bepaalde voorwaarden, een

Notas

(1) Zelfsprekend sluit dit niet uit dat een "Reconciliation statement" zou worden opgesteld met een geconsolideerde jaarrekening opgemaakt met gebruik van andere boekhoudnormen.

(2) Zie in dit verband de informatieve tekst "Geconsolideerde jaarrekening: mogelijkheid om andere boekhoudnormen te gebruiken dan die voorzien in de hoofdstukken I tot III van het koninklijk besluit van 6 maart 1990" op blz. 2 tot 11 van Bulletin nr. 44 van juni 1998.

Bron : Bulletin CBN, nr. 45, Februari 1999, bz. 39-41