CBN advies 173-5 - Toelichting bij de boekhoudkundige verwerking van termijnwisselverrichtingen tussen de munten van Lid-Staten van de Muntunie


Gelet op de vragen en opmerkingen over de laatste twee leden van punt D.4. van advies 173/1 (1) over termijnwisselverrichtingen tussen munten van de Lid-Staten van de Muntunie, leek het opportuun om, net als in het (in bulletin nr. 20 gepubliceerde) advies 152/1 over verrichtingen, tegoeden en verplichtingen in deviezen, bij de verwerking van termijnverrichtingen, een duidelijker onderscheid te maken tussen, enerzijds, de component «contantwisselkoers» en, anderzijds, de component «rente» die het report/deport vormt. Die twee leden dienen te worden vervangen door de volgende tekst :

«Ook werd de vraag gesteld of het niet-gelopen gedeelte van de «rente» die het report/deport vormt (2) onmiddellijk in resultaat moet worden genomen dan wel pro rata temporis gespreid over de resterende looptijd van het termijnwisselcontract.

Door de vaststelling van de omrekeningskoersen van de betrokken munten verdwijnt, vanaf 1 januari 1999, elk later wisselrisico en wordt de component «contantwisselkoers» van de termijnverrichting bijgevolg definitief vastgelegd. Het wisselverschil is definitief verworven en moet, ongeacht of het positief dan wel negatief is, in resultaat worden genomen in de boekhouding eind 1998.

De component «rente» die het report/deport vormt, heeft daarentegen betrekking op de volledige looptijd van het termijnwisselcontract. In aansluiting op het (in bulletin nr. 20 gepubliceerde) advies 152/1 over verrichtingen, tegoeden en verplichtingen in deviezen, en het (in bulletin nr. 5 gepubliceerde) advies 116 (3) over financiële kortingen, is het dan ook logisch dat de component «rente» pro rata temporis wordt toegerekend aan de boekhoudperiode waarop hij betrekking heeft. In de boekhouding eind 1998 moet bijgevolg enkel het aan het einde van dat boekjaar gelopen pro rata in resultaat worden genomen. In alle gevallen waarin met de termijnwisselverrichting het wisselrisico wordt gedekt met betrekking tot een monetaire post of een vaststaand toekomstig resultaat wat normaal het geval is bij industriële en handelsondernemingen (4) -, kunnen door die toerekening de opbrengsten en kosten beter op elkaar worden afgestemd. De Commissie is terzake van oordeel dat het dus niet nodig is om, naar aanleiding van de overschakeling op de euro en a fortiori enkel voor verrichtingen op de munten van de landen die toetreden tot de Muntunie, haar voornoemd advies 152/1 te wijzigen, door met name bij termijnverrichtingen een onderscheid in te voeren tussen dekkingsverrichtingen en zogenaamde speculatieve verrichtingen en de laatstgenoemde verrichtingen systematisch te herwaarderen tegen de termijnwisselkoers op afsluitingsdatum (5).

De vorige leden over de inresultaatneming zijn niet van toepassing wanneer de basisverrichting, zoals vaak het geval is bij industriële en handelsondernemingen, conform deel VI van het voornoemde advies 152/1, rechtstreeks tegen de koers van de termijnverrichting wordt geboekt om het bedrag in BEF (in euro) dat moet worden ingehouden of geïnd, definitief vast te leggen.»


De voornoemde toelichting door de Commissie bij punt D.4. van advies 173/1 kan worden geïllustreerd aan de hand van het voorbeeld op pagina 11 en 18 van advies 173/1 met betrekking tot de problematiek van de termijnwisselverrichtingen tussen munten die deel zullen uitmaken van de euro.

Concreet ging het om de volgende gegevens :

  • Een onderneming sluit op 1 april 1998 een aankoopovereenkomst af met vervaldag 31 maart 1999, waarbij 100 000 DEM worden gekocht tegen 2 060 000 BEF.

  • De bilaterale wisselkoers DEM/BEF zal (normaliter tijdens het weekend van 2 en 3 mei 1998) worden vastgesteld op 20,478723.

  • De omrekeningskoers van DEM en BEF in euro op zijn beurt zal uiterlijk op 31 december 1998 worden vastgesteld op respectievelijk 1,88 DEM en 38,5 BEF.

  • Tot slot bepaalt advies 173/1 dat de onderneming, op 1 maart 1999, 53 191,49 euro (100 000 / 1,88) zal moeten ontvangen en 53 506,49 euro (2 060 000 / 38,5) zal moeten leveren.

  • Aangezien advies 173/1 niet bepaalt in hoeverre alle of een deel van de latente resultaten in verband met die lopende verrichting in resultaat moeten worden genomen, moet die verrichting worden onderzocht aan de hand van de beginselen die de Commissie heeft uitgewerkt voor termijnwisselverrichtingen. In dat verband stelt de Commissie in advies 152/1 (op pagina 19) dat «een termijncontract waarbij [DEM] worden gekocht, te vergelijken is met een contante aankoop van [DEM] gefinancierd met een lening in BEF waarbij de gekochte [DEM] vervolgens worden belegd. Voor de lening in BEF zal rente moeten worden betaald tegen het tarief van de markt voor de Belgische frank, terwijl voor het deposito rente zal worden ontvangen tegen het tarief van de markt voor de [DEM]. In de termijnkoers van de [DEM] vertegenwoordigt het report of het deport in beginsel het verschil tussen de te betalen en te ontvangen rente.»

  • Bij uitsplitsing van een termijnwisselverrichting, verkrijgt men op basis van de wisselkoersen de respectieve rentevoeten van beide betrokken munten :

    • de contantrentevoet, op de afsluitingsdatum van de verrichting (met andere woorden, op 1 april 1998) : 20 (deze contantrentevoet werd als dusdanig niet vastgesteld in bulletin nr. 37) :

    • de termijnrentevoet, op de afwikkelingsdatum van diezelfde verrichting (met andere woorden, op 31 maart 1999) : 20,6.

De rentevoeten bedragen dus respectievelijk 7,12 % (voor de BEF) en 4 % (voor de DEM) omdat : 20 x (1,0712/1,04) = 20,6.

De termijnaankoop van 100 000 DEM tegen 2 060 000 BEF kan dus als dusdanig worden berekend ofwel worden uitgesplitst met behulp van de volgende verrichtingen :

  • lening van 1 923 076,9 BEF tegen een jaarlijkse rentevoet van 7,12 %;

  • omwisseling in contanten van die geleende BEF tegen 96 153,846 DEM;

  • en belegging van die 96 153,846 DEM tegen een jaarlijkse rentevoet van 4 %.


Ongeacht de techniek waarmee de termijnprijs wordt gevormd, moet de termijnwisselverrichting een identieke winst opleveren omdat :

  • bij de «termijnaankoop»-benadering het resultaat gelijk zal zijn aan :

    • het verschil tussen 20,478723 (bilaterale omrekeningskoers DEM-BEF) en 20,6 = - 0,121277;

    • vermenigvuldigd met 100 000 DEM = - 12 127,7 BEF;

  • bij de uitsplitsing in een lening en een belegging het resultaat gelijk zal zijn aan het verschil tussen :

    • enerzijds, de beleggingswaarde van 96 153,846 DEM (uitgedrukt in BEF) of : 6 153,846 x 1,04 x 20,478723 = 2 047 872,3 BEF;

    • en, anderzijds, de waarde van de lening van 1 923 076,9 BEF of : 1 923 076,9 x 1,0712 = 2 060 000 BEF, met andere woorden een (identiek) bedrag van - 12 127,7 BEF.


Overeenkomstig de toelichting in dit advies 173/5 moeten de volgende boekingen worden verricht, niet alleen om de intrinsieke logica van elke termijnwisselverrichting te respecteren, maar ook om op 31 december 1998 dat gedeelte van de resultaten in resultaat te nemen dat in resultaat moet worden genomen, namelijk :

  • enerzijds, de herwaardering van de te leveren en te ontvangen deviezen tegen de omrekeningskoers in euro, en

  • anderzijds, het gelopen deel van het report/deport als vastgesteld op 31 december 1998.

1. Bij de afsluiting van de verrichting op 1 april 1998

A la conclusion de cette opération au premier avril 1998

    064

    Op termijn gekochte DEM - te ontvangen (tegen contantkoers)

     

    2.000.000

     

    aan

    065 Crediteuren (BEF) wegens op termijn gekochte DEM (tegen contantkoers)

       

    2.000.000

    656

    Diverse financiële kosten

     

    60.000

     

    aan

    48(5) Diverse schulden (report)  

     

    60.000

2. Bij de opstelling van de jaarrekening die moet worden afgesloten op 31 december 1998

    Op balansdatum van het boekjaar, met andere woorden op 31 december 1998, moet rekening worden gehouden met de impact van de invoering van de euro, namelijk de aanpassing van het aantal - met toepassing van de termijnwisselcontracten - te ontvangen en te leveren deviezen op basis van de contantslotkoers die, bij overschakeling op de euro, zal overeenstemmen met de bilaterale wisselkoers (namelijk 1 DEM = 20,478723 BEF).

    Conform de adviezen 152/1, 173/1 en 173/5 impliceert dit dat op 31 december 1998, zowel de te leveren bedragen als de te ontvangen bedragen zullen moeten worden geherwaardeerd tegen de omrekeningskoers naar de euro. Die bedragen zijn definitief. De uit die herwaardering voortvloeiende verschillen vormen definitief verworven resultaten die in resultaat moeten worden genomen tijdens het boekjaar dat wordt afgesloten op 31 december 1998.

    Daarnaast moet het prorata van het deport (namelijk het niet-gelopen renteverschil op de DEM en de BEF), naar het volgende boekjaar worden overgedragen.

    064

    Op termijn gekochte euro's - te ontvangen

     

    47.872,3

     

    aan

    065 Crediteuren wegens op termijn gekochte euro's  

     

    47.872,3

    416

    Diverse vorderingen

     

    47.872,3

     

    aan

    756 Diverse financiële opbrengsten  

     

    47.872,3

    48(5) Diverse schulden (report)  

    15.000

     

    aan

    656 Diverse financiële kosten  

     

    15.000

3. Bij de afwikkeling van de verrichting (31 maart 1999)

    Bij het verstrijken van het contract worden de verworven deviezen in Belgische frank (monetaire uitdrukking van de euro) omgerekend tegen de enige mogelijke koers namelijk de definitieve omrekeningskoers DEM-BEF : 20,478723.

    48(5)

    Diverse schulden (report)

     

    45.000

    656 Diverse financiële kosten  

    15.000

    55 Kredietinstellingen (DEM = euro)  

    2.047.872,3

    aan

    416 Diverse vorderingen  

    47.872,3

     

    55 Kredietinstellingen BEF (euro's)

     

    2.060.000

    065 Crediteuren wegens op termijn gekochte euro's

    2.047.872,3

    aan

    064 Op termijn gekochte euro's - te ontvangen    

    2.047.872,3


De invloed van de voornoemde termijnwisselverrichting op de door de betrokken onderneming op 31 december 1998 en 31 december 1999 afgesloten resultatenrekeningen kan dus als volgt worden samengevat.

Resultatenrekening op 31/12/1998

Resultatenrekening op 31/12/1999

60.000 47.872,3

15.000

Dit komt neer op een totaalresultaat (met inbegrip van de samenstellende delen «wissel» en «rente») van (12 127,7) dat in resultaat moet worden genomen :

  • in 1998 voor een bedrag van 2 872,3

  • in 1999 voor een bedrag van (15 000)

Notas

(1) Advies 173/1 «Boekhoudrechtelijke aspecten i.v.m. de overschakeling op de euro», Bulletin nr. 37, januari 1997.

(2) Bij een termijnwisselverrichting vertegenwoordigt het report/deport het - bij de afsluiting van die verrichting bestaande - renteverschil over de hele looptijd van die verrichting op de in de verschillende betrokken munten uitgedrukte financiële instrumenten. Over het algemeen stemt het report/deport overeen met de looptijd van de termijnwisselverrichting.

(3) Wanneer de op verkopen toegekende of op aankopen verkregen kortingen de kenmerken hebben van een rente en niet van een handelskorting, moeten zij, krachtens dit advies, als financiële resultaten worden verwerkt; het report/deport beantwoordt aan die kenmerken; bovendien is het duidelijk identificeerbaar omwille van zijn afzonderlijke notering op de markten.

(4) In dit verband wenst de Commissie, conform voetnoot

(5) van advies 173/1 over de boekhoudrechtelijke aspecten van de overschakeling op de euro, te onderstrepen dat de specifieke problemen voor de sector kredietinstellingen en de sector verzekeringsondernemingen hier niet aan bod komen. (3) In voorkomend geval zal advies 152/1 worden aangepast naar aanleiding van de verwachte ontwikkelingen die zich terzake op Europees vlak zullen voordoen.

Bron : Bulletin CBN, nr. 42, februari 1998, p. 11-16