CBN advies 170-1 - Boekhoudkundige verwerking van niet-betaalde schulden wegens ontoereikend actief bij het sluiten van de vereffening


In haar advies 143/1 (1) onderzocht de Commissie de invloed van een gerechtelijk akkoord op de schulden en de vorderingen.

Zij kwam daarbij tot het besluit dat wanneer een gerechtelijk akkoord voorziet in een kwijtschelding van al of een deel van de schulden, de betrokken schuld van het passief van de debiteur moet worden afgeboekt en deze vermogensmutatie in de resultatenrekening tot uitdrukking moet worden gebracht ook al is de schuldenaar verplicht, indien hij later daartoe in staat is, deze concordataire schulden te betalen.

Dezelfde beginselen kunnen toegepast worden op schulden die bij vereffening van de vennootschap worden kwijtgescholden of waarvan de schuldeiser uitdrukkelijk afstand doet. De debiteur "verrijkt" zich immers ten belope van het bedrag dat wordt kwijtgescholden of waarvan afstand wordt gedaan en dient dit in zijn rekeningen tot uitdrukking te brengen als een uitzonderlijk resultaat.

Heel anders is de toestand wanneer bij het sluiten van de vereffening niet alle schulden kunnen worden terugbetaald bij gebreke aan voldoende activa.

In de rechtsleer wordt immers unaniem gesteld dat : "(...) la société en liquidation n'est pas libérée des obligations qu'elle a contractées, à concurrence du passif qui excède son avoir et dont elle ne peut assumer la charge. Elle en demeure intégralement tenue. La situation créée par une liquidation déficitaire n'entame pas le droit des créanciers d'obtenir paiement" (2).

Deze niet betaalde schulden moeten in de vereffeningsstaat dan ook als schulden van de vennootschap geboekt blijven wat zal leiden tot een negatief eigen vermogen.

Notas

(1) Bulletin nr.13 (januari 1984).

(2) Zie Horsmans en T'Kint, Chronique de jurisprudence, J.T., 1977, pp. 434 en 435.

Bron : Bulletin CBN, nr. 34, maart 1995, p. 34