CBN advies 159-2 - Specifiek achtergestelde leningen


Aan de Commissie werd gevraagd in welke passiefpost van de jaarrekening een lening met een achterstellingsclausule die niet geldt voor alle schuldeisers, moet worden geboekt.

Het koninklijk besluit van 8 oktober 1976 geeft geen omschrijving van de post "Achtergestelde leningen" van het algemeen rekeningenstelsel. Bovendien blijkt dat, ook al worden achtergestelde leningen over het algemeen aangemerkt als leningen waarbij de achterstelling geldt voor alle schuldeisers, dezelfde term, inzonderheid in bepaalde juridische werken (1), wordt gebruikt voor de afstand van rang die uitsluitend en op beperkende wijze is toegestaan ten voordele van één of meer met naam genoemde schuldeisers of voor welbepaalde vorderingen.

Gelet daarop is de Commissie van oordeel dat moet worden verwezen naar het algemeen beginsel van artikel 8 van het jaarrekeningbesluit, namelijk dat, wanneer actief- of passiefbestanddelen tot meer dan één rubriek of onderrubriek van de balans kunnen behoren, ze worden ingeschreven onder die post die ten opzichte van het voorschrift van artikel 3 het meest is aangewezen (beginsel van het getrouwe beeld).

Met toepassing van dit principe en gelet op het onmiskenbare belang voor derden - huidige of potentiële schuldeisers - om door de jaarrekening correct te worden ingelicht over de omvang van het vermogen dat hun gemeenschappelijke waarborg vormt, is de Commissie van oordeel dat de post "Achtergestelde leningen" enkel moet worden gebruikt voor leningen met een achterstellingsclausule die voor alle schuldeisers geldt. Enkel dit soort achtergestelde leningen biedt immers voor de schuldeisers, zolang zij niet zijn terugbetaald, een vergelijkbare waarborg als verbonden aan het eigen vermogen.

Specifiek achtergestelde leningen hebben een heel andere betekenis. In casu komt de achterstellingsclausule feitelijk neer op een zekerheid die een derde verleent aan een welbepaalde schuldeiser die zelf ook schuldeiser is van de onderneming.

Een specifiek achtergestelde lening boeken in de passiefpost VIII, A, 1 zou de indruk kunnen wekken dat de achterstelling geldt voor alle schuldeisers: dezen zouden de leiders van de vennootschap alsdan kunnen verwijten hen te hebben misleid omtrent de samenstelling van het vermogen van de vennootschap. Ook al wordt bij de boeking van deze lening in de passiefpost VIII, A, 1, een vermelding opgenomen in de toelichting, dan nog zou dit risico niet volledig worden uitgeschakeld.

Leningen met een specifieke achterstellingsclausule moeten bijgevolg onder de schulden in de passende post worden geboekt, met uitsluiting evenwel van post VIII, A, 1. Is de achterstelling voor derden van wezenlijk belang voor de beoordeling van het vermogen of de financiële positie van de onderneming, dan wordt ze in de toelichting vermeld.

Nota

(1) L. Simont, in Les Sûretés issues de la pratique, Colloque Feduci Bruxelles 1983, p. 301 en S. Velu-Spreutels, Rapport "La subordination de créance", in "Les Sûretés issues de la pratique", Colloque Feduci Bruxelles 1983, Tome 2.

Bron : Bulletin CBN, nr. 24, september 1989, p. 21-22