CBN advies 159-1 - Schulden op meer dan één jaar waarvoor geen of slechts een abnormaal lage rente verschuldigd is - Fiscale impact


Het koninklijk besluit van 6 november 1987 tot wijziging van het koninklijk besluit van 8 oktober 1976 ter zake (Belgisch Staatsblad van 24 november 1987) wijzigde onder meer artikel 27bis van voormeld besluit.

De bepalingen inzake de boeking van schuldvorderingen die geen intrest of een abnormaal lage intrest opbrengen (artikel 27bis, § 2, c), van het koninklijk besluit van 8 oktober 1976) zijn nu toepasselijk op de schulden van overeenstemmende aard en duur.

De regeling van artikel 27bis, besproken in aflevering nr. 19 (juli 1986) van het bulletin van de Commissie voor de boekhoudnormen, voorziet in de aanrekening door opeenvolgende regularisaties, van het verschil tussen de nominale en de reële waarde van schuldvorderingen op lange termijn.

Dit stemt overeen met de bepaling van § 3 van artikel 25bis WIB.

Het WIB en de administratieve commentaar zeggen niets over de fiscale regeling voor de overeenstemmende schulden.

Kan U mij meedelen :

  • 1. Of de verplichting voor de bedrijven, het verschil tussen reële en nominale waarde van de schulden bedoeld in artikel 27bis van het koninklijk besluit van 8 oktober 1976 ten laste te nemen, een invloed heeft op de grondslag van hun belasting;

  • 2. Of dit gevolg niet strijdig is met het beginsel van de neutraliteit van de boekhoudnormen voor de fiscale lasten van de bedrijven, dat vervat is in de memorie van toelichting bij de wet van 17 juli 1975 betreffende de boekhouding van de jaarrekeningen van de bedrijven ?

Antwoord :

Ik heb de eer het geachte lid mede te delen dat volgens het boekhoudkundig recht uit artikel 27bis, §§ 1, 2 en 4 van het koninklijk besluit van 8 oktober 1976 met betrekking tot de jaarrekening van de ondernemingen volgt :

  • Dat de renteloze of abnormaal laag rentende schulden tegen hun nominale waarde op de passiva van de balans moeten geboekt worden, maar

  • Dat deze boeking tegen de nominale waarde op de passiva gepaard gaat met de boeking op overlopende rekeningen van de activa en met het pro rata temporis in het resultaat opnemen van het tegen het marktpercentage berekende disconto, wanneer :

    • a) Deze schulden terugbetaalbaar zijn na meer dan één jaar en

    • b) Betrekking hebben hetzij op als lasten geboekte bedragen in de resultatenrekening, hetzij op de prijs van de aanschaffing van vaste activa of van een activiteitsbranche.

A contrario volt hieruit dat de renteloze of abnormaal laag rentende schulden voortspruitend uit de geleende bedragen het voorwerp niet uitmaken van een disconto.

De toepassing van deze regels kan worden geïllustreerd aan de hand van het volgend voorbeeld. Nemen we een installatie die op vijf jaar afschrijfbaar is, aangekocht werd voor 1 000 000 frank en betaalbaar is twee jaar na de levering; de op het ogenblik van de sluiting van de verrichting geldende marktrente bedraagt 8,5 pct.

  • De schuld zal op de passiva worden geboekt tegen haar normale waarde, d.i. 1 000 000 frank.

  • De installatie zal in de rekeningen worden geboekt tegen de huidige waarde van de schuld, d.i. 849 455 frank; dit bedrag zal worden vereffend d.m.v. over 5 jaar gespreide afschrijvingen.

  • Het disconto - 150 545 frank - zal aanvankelijk op de overlopende rekening van de activa worden geboekt; vervolgens zal het als financiële last pro rata temporis in de resultatenrekening worden geboekt.

Daaruit volgt dat het bekomen van uitstel van betaling zonder debitering van renten zich niet uit door een onmiddellijk als dusdanig geboekt resultaat, noch bijgevolg door een vooraf geboekte winst. Het uit zich in de waarde waartegen het betreffende gedeelte van de activa in de rekeningen wordt geboekt, door de spreiding van de financiële lasten en eveneens, indien het gaat om de aanschaffing van afschrijfbare activa, door een aanpassing van het bedrag van de gespreide afschrijvingslasten, in functie van het gekozen afschrijvingsplan.

Op fiscaal-rechtelijk vlak :

Zoals blijkt uit hetgeen voorafgaat en in tegenstelling met hetgeen het geachte lid scheen te geloven is de bewuste maatregel - die, ten einde distorsies tussen de boekhoudkundige bepalingen en de fiscale regels te vermijden, eveneens zal worden aanvaard voor het bepalen van de belastbare grondslag - in het algemeen gunstig voor de ondernemingen.

Bron : Bulletin CBN, nr. 23, december 1988, p. 21-23