CBN advies 152-6 - Risico's verbonden aan bestellingen van vaste activa


Artikel 19, zesde lid van het koninklijk besluit van 8 oktober 1976 voert de verplichting in om voorzieningen te vormen voor źde verliesrisico's die voor de onderneming voortvloeien uit (...) verbintenissen tot aankoop (...) van vaste activa (...), uit termijnposities of -overeenkomsten in deviezen (...)╗.

Een vennootschap legde de Commissie een vraag voor over de toepassing van deze regel in de volgende omstandigheden.

De betrokken vennootschap had omvangrijke, in vreemde valuta's betaalbare bestellingen van vaste activa geplaatst, die in de daaropvolgende jaren zouden worden uitgevoerd. Zij had zich tegen het aan de betrokken schuld in deviezen verbonden wisselrisico gedekt door een termijnaankoop van de desbetreffende deviezen.

Toen het marktsegment waarop de vennootschap bedrijvig was, door een recessie werd getroffen, daalde niet alleen de gebruikswaarde van de bestelde activa, maar ook de marktwaarde van de bestelde of soortgelijke activa aanzienlijk. Hierdoor zag de vennootschap zich genoopt een deel van de door haar geplaatste bestellingen af te zeggen tegen betaling van een vergoeding. Als gevolg hiervan hadden de termijnaankopen van deviezen geen zin meer en kwam de vennootschap terecht in een haussepositie op de te ontvangen deviezen, terwijl de koers van de deviezen sinds de plaatsing van de bestellingen aanzienlijk was gedaald.

De Commissie is van oordeel dat in casu elke verliesrisicofactor afzonderlijk moet worden beschouwd en derhalve ook op passende wijze verwerkt.

  • 1░ Indien, door een wijziging in de economische omstandigheden die bij de bestelling van de vaste activa een rol speelden, de aanschaffingswaarde (in Belgische frank) van de activa op duurzame wijze uitstijgt boven hun gebruikswaarde voor de onderneming, moet een voorziening worden gevormd die overeenstemt met de uitzonderlijke afschrijving die zou zijn geboekt indien de activa effectief waren geleverd.

  • 2░ Wanneer de onderneming bovendien besluit om bepaalde bestellingen af te zeggen, vloeien uit deze opzegging specifieke kosten voort.

In dit geval heeft de risicofactor enerzijds betrekking op de vergoeding die voor de opzegging moet betaald worden en anderzijds op de kosten voor de dekking van de wisselpositie dit ontstaat door het verdwijnen van de schuld in deviezen maar het blijven bestaan van de termijnaankoop van deviezen.

Bron : Bulletin CBN, nr. 30, februari 1993, p. 28