CBN advies 145-1 - Exploitatiesubsidies - Tewerkstellingspremies


Ter bevordering van de werkgelegenheid voorziet artikel 10 van de wet van 4 augustus 1978 tot economische heroriŽntering in de toekenning van een tewerkstellingspremie aan ondernemingen met ten hoogste veertien werknemers die bijkomende aanwervingen zouden verrichten. De toekenningsmodaliteiten voor deze premie zijn vastgesteld bij koninklijk besluit van 10 oktober 1978 en bij besluit van de Waalse Executieve van 30 maart 1983.

Dit laatste besluit heeft de over vijf opeenvolgende jaren gespreide tewerkstellingspremie waarin het besluit van 10 oktober 1978 voorziet, om redenen van administratieve vereenvoudiging, vervangen door twee uitkeringen, een eerste na bewijs van de bijkomende aanwerving, een tweede na bewijs dat de bijkomende werkgelegenheid tenminste twee jaar lang in stand is gehouden.

Aan de Commissie werd gevraagd hoe dergelijke tewerkstellingspremie in de jaarrekening moet worden verwerkt.

Naar haar oordeel vormt dergelijke tewerkstellingspremie ontegensprekelijk een bedrijfsopbrengst, die verband houdt met de directe en indirecte bezoldigingen toegekend aan bijkomend aangeworven personeel en die als bedrijfskosten worden geboekt. Als bedrijfssubsidie moet deze premie worden ingeschreven in de rubriek "andere bedrijfsopbrengsten" (cf. omschrijving van deze rubriek in het koninklijk besluit van 8 oktober 1976).

Aangezien de effectieve toekenning van de tewerkstellingspremie niet samenvalt met de periode waarop zij betrekking heeft, namelijk de periode waarin de bezoldigingen van het bijkomend personeel ten laste werden genomen, moet deze premie via de overlopende rekeningen worden toegerekend aan het boekjaar waarop zij betrekking heeft. Volgens de Commissie mag deze toerekening niet gebeuren via de rubriek "kapitaalsubsidies". Deze post is inderdaad bestemd voor subsidies die de onderneming heeft bekomen voor de vorming van vaste activa.

Bron : Bulletin CBN, nr. 15, oktober 1984, p. 18