CBN advies 144-2 Bis - Winst uit overdracht van het gebruiksrecht op een goed krachtens een leasingovereenkomst


De Commissie heeft vastgesteld dat haar advies 144/2 gepubliceerd in Bulletin nr. 22 (juli 1988) door sommigen verkeerd geļnterpreteerd is geworden.

In het geciteerde advies heeft de Commissie te kennen gegeven dat wanneer bij het afsluiten van een leasingovereenkomst blijkt dat het bedrag van de leasingvordering die de gever t.a.v. de leasingnemer verwerft, het bedrag van de aanschaffingsprijs van het geleasde goed overtreft, de gever dit verschil onmiddellijk en integraal als een gerealiseerde winst moet boeken.

Daarbij moet uiteraard worden bedacht dat de leasingvordering die de gever als gevolg van het afsluiten van de leasingovereenkomst activeert, overeenstemt met de kapitaalwaarde van het goed waarop de overeenkomst betrekking heeft. Zulks vloeit a contrario voort uit hetgeen in artikel 26, § 1 van het jaarrekeningbesluit is bepaald met betrekking tot de boekhoudkundige verwerking bij de leasingnemer.

Het gedeelte van de periodieke leasingvergoedingen dat overeenstemt met een interestvergoeding wordt daarentegen niet geactiveerd door de gever, maar a rato van de periodieke betalingen in resultaat genomen.

Het is dus fout uit genoemd advies af te leiden dat het verschil tussen enerzijds, de som van de kapitaalwaarde van het geleasde goed en de gekapitaliseerde interestbetalingen begrepen in de periodieke leasingvergoedingen, en anderzijds, de aanschaffingsprijs voor het geleasde goed betaald door de gever, onmiddellijk en integraal als een gerealiseerde winst zou moeten of mogen geboekt worden.

Bron : Bulletin CBN, nr. 24, september 1989, p. 20