CBN advies 137-6 - Overdracht van schuldvordering - Nominale waarde - Waardevermindering


Artikel 27bis, 1 van het jaarrekeningbesluit bepaalt dat vorderingen in de balans worden opgenomen voor hun nominale waarde, onverminderd evenwel de verplichting om op de betrokken vorderingen waardeverminderingen toe te passen zo er voor het geheel of een gedeelte ervan onzekerheid bestaat over de betaling ervan op de vervaldag (cf. de verwijzing naar artikel 31 in fine van 1, artikel 27bis).

Aan de Commissie werd volgend concreet toepassingsgeval van deze bepaling voorgelegd.

Onderneming Y draagt aan onderneming X een vordering op Z over. Nominaal bedraagt de vordering 100 doch de kans op realisatie van de vordering wordt gering geacht. De vordering in kwestie wordt aan X overgedragen tegen 40.

Naar het oordeel van de Commissie leidt de toepassing van artikel 27bis, 1 voor X in casu tot de volgende boekhoudkundige verwerking.

  • A. Bij de aankoop van de vordering

      2907 Handelsvorderingen (op meer dan 1 jaar)

      Dubieuze debiteuren

      100

       

      aan 2909 Handelsvorderingen - geboekte waardeverminderingen

      60

       

      aan 55 Kredietinstellingen

      40

      Deze boekingswijze heeft tot gevolg - en zulks acht de Commissie juridisch gezien essentieel - dat uit de boekhouding van schuldeiser X het nominaal bedrag van de van Y verworven vordering blijkt, wat overeenstemt met het bedrag ten belope waarvan schuldenaar Z door X op de vervaldag kan worden aangesproken.

      De sub 2909 geboekte "waardevermindering" stemt overeen met het bedrag waarvoor in de boekhouding van Y als gevolg van de overdracht van schuldvordering een minderwaarde op de realisatie van deze vordering werd geboekt.

      Deze "waardevermindering" werd niet ten laste genomen door de resultatenrekening van X, maar tesamen met de betrokken vordering van Y "verworven".

  • B. Ingeval van de verbetering van de solvabiliteit van Z : de vordering word op 60 geschat.

      (toepassing van artikel 19, zesde lid K.B. van 8 oktober 1976)

      2909 Handelsvorderingen op meer dan 1 jaar -

      geboekte waardeverminderingen

      20

        aan 6331 Handelsvorderingen op meer dan 1 jaar - terugneming

      van waardeverminderingen

      20

  • C. Op de vervandag

      (Z betaalt uiteindelijk 70)

      55 Kredietinstellingen

      2909 Handelsvorderingen op meer dan 1 jaar - geboekte waardeverminderingen

      70

      40

       

      aan 2907 Handelsvorderingen - dubieuze debiteuren

      100

        6331 Handelsvorderingen op meer dan 1 jaar - terugneming van

      waardeverminderingen 1

      10

      Uit hetgeen voorafgaat blijkt tevens dat de Commissie van oordeel is dat artikel 27bis, 2, b) in het betrokken geval niet mag worden toegepast daar het verschil tussen de nominale waarde van de betrokken vordering (100) en de waarde waartegen zij werd verkregen (40) in casu geenszins overeenstemt met een (impliciet berekende) interest, maar wel met een waardevermindering. De ratio legis van artikel 27bis, 2, b) zoals deze blijkt uit het Verslag aan de Koning dat het besluit van 12 september 1983 tot wijziging van het jaarrekeningbesluit van 12 september 1983 tot wijziging van het jaarrekeningbesluit voorafgaat, is hier duidelijk niet voorhanden.

Bron : Bulletin CBN, nr. 21, januari 1988, p. 21-22