CBN advies 133-3 - Schulden voortvloeiend uit de bestemming van het resultaat


Dit advies vervangt Advies nr. 133/1, verschenen in Bulletin nr. 9 van december 1981.

Overeenkomstig artikel 11, eerste lid van het koninklijk besluit van 8 oktober 1976, wordt de balans opgesteld na toewijzing, dit wil zeggen, rekening houdend met de beslissingen tot bestemming van het saldo van de resultatenrekening van het boekjaar en van het overgedragen resultaat.

Omvat de voorgestelde bestemming van het resultaat ook een uitkering aan vennoten, bestuurders, zaakvoerders of andere rechthebbenden, dan worden de dividenden, tantièmes of uit te keren bedragen op de balans geboekt in de rubriek «Schulden op ten hoogste één jaar», meer bepaald in rubriek IX, F «Overige schulden». Voor dergelijke schulden uit de bestemming van het resultaat worden in het algemeen rekeningenstelsel afzonderlijke rekeningen ingericht (rekening 47).

De vraag is gerezen of in deze rubriek, in deze rekening, het bruto- bedrag moet worden vermeld van deze schulden, waarin de belastingbedragen met betrekking tot deze dividenden en tantièmes zijn begrepen die, in overeenstemming met de bepalingen van het Wetboek der Inkomstenbelastingen, verschuldigd zijn op het ogenblik van de betaalbaarstelling, dan wel het netto-bedrag der dividenden en tantièmes. In het laatste geval worden de hierop verschuldigde belastingen in de jaarrekening geboekt onder de rubriek IX, E, 1 «Belastingen» en in het algemeen rekeningenstelsel op rekening 453 «Ingehouden voorheffingen».

In advies nr. 133/1 opgenomen in Bulletin nr. 9 van december 1981 heeft de Commissie zich uitgesproken voor de tweede boekingswijze; zij overwoog hierbij dat de voorstelling van de balans na winstverdeling inhoudt dat de voorgestelde resultaatbestemming op balansdatum reeds als goedgekeurd wordt beschouwd, evenwel onder de opschortende voorwaarde van een gelijkluidende beslissing van het bevoegde orgaan.

Een nieuw onderzoek van deze vraag in het licht van de hervorming van september 1983, heeft echter geleid tot een herziening van deze stellingname door te adviseren dat schulden, voortvloeiend uit de bestemming van het resultaat, ten belope van hun bruto-bedrag, dus zonder aftrek van belastingen of voorheffingen, onder passief-rubriek IX, F en op rekening 47 van het rekeningenstelsel moeten worden geboekt.

Deze bruto-boeking wordt door volgende argumenten gerechtvaardigd :

  • 1° de schuld die voortvloeit uit de bestemming van het resultaat is een schuld van de vennootschap ten opzichte van de winstgerechtigden. De fiscale inhoudingen gebeuren voor hun rekening. Slechts op het ogenblik van de betaalbaarstelling ontstaat een belastingschuld ten laste van de onderneming, omdat zij voorheffingen ten laste van derden ingehouden heeft;

  • 2° deze boekingswijze is veel coherenter met de wijze van verwerking van andere schulden waarop eveneens fiscale inhoudingen worden toegepast en die, bij het afsluiten van het boekjaar, verschuldigd doch nog niet vervallen zijn (bezoldigingen);

  • 3° het verschuldigd zijn van de roerende voorheffing en het bedrag ervan hangen in bepaalde gevallen af, onder meer bij toepassing van de verdragen ter vermijding van dubbele belasting, van de hoedanigheid en de woonplaats van de rechthebbende. In dit geval kan het bedrag van de fiscale inhoudingen slechts bepaald worden op het ogenblik van de betaalbaarstelling;

  • 4° het koninklijk besluit van 12 september 1983 bevat in de toelichting bij de jaarrekening een nieuwe tabel XVI met betrekking tot de door derden verschuldigde taksen en belastingbedragen, meer bepaald in verband met de ten laste van derden ingehouden bedragen aan roerende voorheffing. De boeking van de bruto-schulden die voortvloeien uit de bestemming van het resultaat laat toe de coherentie te verzekeren tussen de boekhoudkundige verwerking van de fiscale schulden en de in de betreffende tabel op te nemen vermeldingen.

Dit advies vervangt advies nummer 133/1 verschenen in het Bulletin nr. 9 van december 1981.

Bron : Bulletin CBN, nr. 16, april 1985, p. 14-15