CBN advies 133-2 - Uitkering van een dividend aan een verbonden onderneming


In dezelfde gedachtengang werd de vraag gesteld of een dividend dat bij de uitkering zal toekomen aan een verbonden onderneming of aan een onderneming waarmee een participatieverhouding bestaat, in punt 14 van de toelichting onder de schulden aan verbonden ondernemingen c.q. aan ondernemingen waarmee een participatieverhouding bestaat, moet vermeld worden.

Naar het oordeel van de Commissie moet deze vraag ontkennend worden beantwoord. In de eerste plaats is de schuld die tot uiting wordt gebracht in de post IX.G «Andere schulden» (mec. nr. 2969) een schuld tegenover de aandeelhouders in hun geheel; een individueel vorderingsrecht van de aandeelhouders zal slechts bij de betaalbaarstelling ontstaan en het is slechts bij de uitbetaling dat, desgevallend, zal kunnen uitgemaakt worden wie de genieter is van deze dividenden.

In de tweede plaats is er ook de bezorgdheid voor een vergelijkbaarheid van de jaarrekeningen op Europees vlak, waardoor het de voorkeur verdient eenzelfde betekenis te geven aan de inhoud van de post «Schulden aan verbonden ondernemingen c.q. aan ondernemingen waarmede een deelnemingsverhouding bestaat», ongeacht of de balans voor of na winstverdeling wordt opgemaakt.

Bron : Bulletin CBN, nr. 9, december 1981, p. 22