CBN advies 126-1 - Aanschaffingsprijs : bijkomende kosten


Overeenkomstig artikel 21 van het besluit van 8 oktober 1976 maken de bijkomende kosten die werden gemaakt voor de aanschaffing van zowel vaste als vlottende activa integraal deel uit van de aanschaffingsprijs en bijgevolg van de waarde waartegen deze activa in de jaarrekening worden opgenomen.

Daaruit volgt dat deze kosten, als accessoria, voor hun verwerking in de boekhouding alsmede voor hun aanrekening op dezelfde wijze behandeld worden als de hoofdsom die voor de aanschaffing van de betrokken activa werd betaald.

Artikel 29, § 3 voorziet in een uitzondering op dit beginsel. De bijkomende kosten in verband met de aanschaffing van financiėle vaste activa en van thesauriebeleggingen mogen worden geboekt op de resultatenrekening van het boekjaar waarin ze werden gemaakt, ook al wordt deze aanrekening, rekening houdend met het voorschrift van de artikelen 29, § 2 en 31, niet verantwoord door enige ontwaarding of minderwaarde.

De vraag werd gesteld of het beginsel dat bijkomende kosten integraal deel uitmaken van de aanschaffingsprijs, tot gevolg heeft dat bij de vaststelling van het afschrijvingsplan van afschrijfbare activa, in het bijzonder wat het afschrijvingsritme betreft, geen onderscheid kan worden gemaakt tussen de hoofdsom en de bijkomende kosten.

De Commissie is van mening dat het economisch bekeken logisch voorkomt de bijkomende kosten af te schrijven op dezelfde wijze en volgens hetzelfde ritme als de hoofdsom. Nochtans voorziet artikel 28, § 2 van het besluit in de mogelijkheid voor de onderneming een versneld afschrijvingsplan toe te passen overeenkomstig de fiscale bepalingen terzake. Nu is het fiscaal toegelaten de bijkomende kosten afzonderlijk, onmiddellijk of op versnelde wijze, aan te rekenen als bedrijfslast (cf. rondschrijven van 31 maart 1978, nr. RH 421/290.379 sub punt 34). Bijgevolg bestaat er voor wat de toepassing van het besluit van 8 oktober 1976 betreft geen bezwaar tegen de volledige afschrijving van bijkomende kosten tijdens het boekjaar waarin ze werden gemaakt of tegen een afschrijving op basis van een percentage dat afwijkt van dat toegepast op de hoofdsom (1).

Nota

(1) Zie, Parlementaire vraag nr. 14 van de Heer Lindemans van 12 november 1979, Bulletin van vragen en antwoorden, Senaat, 1979, nr. 9, blz. 373.

Bron : Bulletin CBN, nr. 7, juni 1980, p. 8-9