CBN advies 125-1 - Tijdstip waarop de subsidie moet worden geboekt


Het besluit van 8 oktober 1976 bepaalt dat kapitaalsubsidies op de passiefzijde van de balans moeten worden geboekt en geleidelijk volgens een passend plan verminderd, via aanrekening op de resultatenrekening, door uitdrukkelijke aftrek ofwel van de afschrijvingen op de vaste activa voor de verwerving waarvan ze werden bekomen, ofwel van de kosten van leningen (cfr. rubriekomschrijving in hoofdstuk II van de bijlage bij het besluit).

In tegenstelling tot wat de benaming van de rubriek «Ontvangen subsidies in kapitaal» zou kunnen laten vermoeden, moet de subsidie niet op datum van de effectieve uitbetaling ervan worden ingeschreven, doch wel op het ogenblik waarop het recht van de onderneming op deze subsidie komt vast te staan. Bovenvernoemd besluit bepaalt inderdaad in artikel 19, vierde lid dat «er moet rekening worden gehouden met de kosten en opbrengsten die betrekking hebben op het boekjaar of op voorgaande boekjaren, ongeacht de dag waarop deze kosten en opbrengsten worden betaald of geïnd».

De vraag op welk ogenblik het recht op het bekomen van de subsidie komt vast te staan, is een feitelijke aangelegenheid die voor ieder geval afzonderlijk moet worden beoordeeld. Indien de toekenning van een investeringssubsidie gebonden is aan bepaalde voorwaarden - bij voorbeeld inzake werkgelegenheid - kan door het bestaan van een dergelijke opschortende voorwaarde de bekomen subsidie niet worden aangerekend. Als daarentegen het behoud van een bekomen subsidie aan bepaalde voorwaarden is gebonden, vormt een dergelijke ontbindende voorwaarde geen bezwaar voor de aanrekening van deze subsidie.

Bron : Bulletin CBN, nr. 7, juni 1980, p. 6